08 jul 2020

Vraag aan de Minister: discriminatie op de arbeidsmarkt en praktijktests

Op 8 juli stelde Soetkin in de Commissie Economische Zaken een vraag om uitleg aan Minister Clerfayt over de resultaten van de socio-economische monitoring van de arbeidsmarkt en maatregelen om discriminatie tegen te gaan, zoals praktijktesten. Lees hier de vraag van Soetkin.


Mijn vraag om uitleg is een samenvoeging van twee vragen die ik had ingediend naar aanleiding van twee nieuwsfeiten. Het eerste, inmiddels al een tijd geleden, gaat over de socio-economische monitoring van de arbeidsmarkt 2019 van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en Unia, waarvan de resultaten in maart bekend werden gemaakt. Uit de monitoring blijkt dat meer mensen van vreemde origine een job vinden (3,6 procentpunten meer in 2016 dan in 2008), maar dat ze nog steeds een pak minder kans op werk hebben dan hun landgenoten van Belgische origine. Zo heeft maar 46,5 procent mensen van Maghrebijnse origine een job, tegenover 73,7 procent van de personen van Belgische origine. Mensen uit het Nabije/Midden Oosten komen er nog slechter vanaf met 33,6 procent. 

Een andere zorgwekkende conclusie van de monitoring is dat het hebben van een diploma vooral voor mensen van Belgische origine meer perspectief biedt; met eender welk diploma kunnen zij in een goed betaalde job aan de slag. Bij personen van niet-EU-origine is een diploma echter niet altijd de sleutel tot werk; als zij al met hun diploma een goedbetaalde job vinden, is het alleen in de sector waarbinnen ze gespecialiseerd zijn. Een hoog gediplomeerde kandidaat met andere origine heeft nog altijd relatief minder kansen op werk dan een kandidaat met hetzelfde diploma met Belgische roots.

Naast antidiscriminatiemaatregelen geeft het rapport nog een aantal aanbevelingen: betere samenwerking door de bevoegde ministers om de jobkansen van mensen van vreemde origine te verhogen, waarbij ook lokale initiatieven worden aangemoedigd; het verder ontwikkelen van de combinatie werk/opleiding en van levenslang leren; in het onthaalbeleid voor al wie hier komt wonen een aanbod opnemen voor arbeidsbemiddeling; en werkgevers gemakkelijker een tijdelijk aanwervingsbeleid laten voeren gericht op mensen van niet-Belgische origine. 

Het tweede nieuwsfeit naar aanleiding waarvan ik een vraag heb ingediend, is dat we op Bruzz op 16/6 lazen dat tot toen nog geen enkele praktijktest op de huurmarkt was uitgevoerd. In het Brussels Gewest zijn praktijktesten op de arbeidsmarkt en op de huurmarkt sinds de vorige legislatuur mogelijk. Het lijkt erop dat de slagkracht van de maatregel beperkt is, omdat ze enkel reactief kunnen worden gedaan. Ook de praktijktesten op de arbeidsmarkt kunnen enkel worden gebruikt na klachten of meldingen.

Het is duidelijk dat er bij aanwervingen op de arbeidsmarkt een vorm van structurele discriminatie optreedt. Heb je een naam van vreemde origine, dan heb je zo veel minder kans op het vinden van een job. Dat is gewoonweg onaanvaardbaar en daar moet de Brusselse regering pro-actief tegen optreden. Dit is volgens arbeidmarktexperts wettelijk mogelijk via praktijktests op sectorniveau. Proactieve praktijktests zijn een eerste stap om de draagwijdte van dit probleem in kaart te brengen, maar daar mag het niet bij stoppen natuurlijk. Het rapport van Unia en de FOD Werkgelegenheid geeft een aantal aanbevelingen voor antidiscriminatiemaatregelen, waaronder praktijktests, maar ook data mining, diversiteitsplannen en positieve acties.

 

Ik heb voor u de volgende vragen:

  • Ook in Brussel is volgens de studie de kloof in werkzaamheidsgraad tussen mensen van Belgische en niet-Belgische origine groot. De monitoring verdeelt de 19 Brusselse gemeenten in 5 subgroepen op basis van het gemiddelde salarisniveau. Houdt het Brussels Gewest hier zelf ook cijfers over bij, bijvoorbeeld per gemeente, en geven die hetzelfde beeld als deze socio-economische monitoring?
  • Wat identificeert u als de oorzaken van dit probleem?
  • Werkt u samen met de andere ministers van Werk om het probleem aan te pakken?
  • Welke maatregelen neemt u om de toegang tot de arbeidsmarkt voor mensen van niet-Belgische origine te vergemakkelijken?
  • Hoeveel praktijktesten op de arbeidsmarkt zijn er gedaan sinds de invoering ervan in het Brussels Gewest?
  • Hoeveel van het aantal uitgevoerde testen hebben geleid tot een veroordeling?
  • Wat is uw evaluatie van het huidige systeem?
  • Heeft u al een reflectie opgestart over een herziening van de wetgeving om proactieve praktijktests op de arbeidsmarkt mogelijk te maken?
  • Kan in Brussel de inburgering direct gekoppeld worden aan het toegang bieden tot of begeleiden naar de arbeidsmarkt? Kunnen bijvoorbeeld, zolang er nog geen eigen Brussels inburgeringstraject is, het Vlaamse Brussels Onthaalbureau Nieuwkomers (BON) en het Franstalige Bapa gegevens uitwisselen met Actiris?

 

Het verslag van de discussie en het antwoord van de Minister zijn hier te lezen.

Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren