29 okt 2020

Vraag aan de Minister: procedure voor overgaan tot praktijktesten arbeidsmarkt

Op 28 oktober stelde Soetkin in de Commissie Economie een vraag aan Minister Clerfayt over de praktijktesten in de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt. Gezien het feit dat er maar heel weinig gebruik wordt gemaakt van het instrument, wilde Soetkin weten hoe de procedures voor het komen tot een praktijktest verlopen, en hoe deze worden geëvalueerd. Lees hier haar vraag. 

 

We hadden het er in deze commissie begin juli al over: discriminatie op de arbeidsmarkt is en blijft een groot probleem in België en in het Brussels Gewest. Uit de sociaal-economische monitoring voor het Brussels Gewest van Actiris bleek dat een Brusselse werkzoekende van buitenlandse afkomst veel meer moeite heeft met het vinden van een job dan iemand van Belgische origine. Vrouwen van buitenlandse afkomst worden het zwaarst getroffen. Hoewel discriminatie hier niet de enige oorzaak van zal zijn, toont het wel de urgentie aan om met doortastend en efficiënt beleid te komen. Alles wijst er bovendien op dat het probleem van discriminatie op de arbeidsmarkt verder verdiept wordt door de gevolgen van de huidige sanitaire crisis.

Sinds 2017 bestaat er een ordonnantie in het Brussels Gewest die het mogelijk maakt om een praktijktest uit te voeren naar aanleiding van klachten of meldingen en op basis van praktijken die zouden kunnen bestempeld worden als directe of indirecte discriminatie bij een werkgever of in een bepaalde activiteitensector.

In de discussie in deze commissie in juli gaf u een aantal cijfers uit het jaarrapport 2019 dat is overgemaakt aan de directeur van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Gewest. Zo had Unia in 2019 58 dossiers van potentiële discriminatie bij aanwerving, waarvan er zes naar de Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie zijn gestuurd voor verder onderzoek. De inspectie opende 19 dossiers in totaal in 2019, waarvan er 10 zonder gevolg werden geklasseerd. Er werden vier praktijktests uitgevoerd in 2018, en twee in 2019. U zei het zelf al: dat is niet veel.

Nu we de cijfers kennen, zou ik graag een aantal vragen stellen ter opvolging in verband met het proces dat kan leiden tot het uitvoeren van een praktijktest, die enkel gedaan kunnen worden naar aanleiding van een klacht of melding.

In 2018 sloot Brussel Economie en Werkgelegenheid een samenwerkingsprotocol met Unia en het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) om klachten over discriminatie te melden aan de directie Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie. Enkel de meldingen van discriminatie door Brusselse werkgevers waarvoor Unia noch het IGVM een oplossing kon vinden, worden aan de inspectiedienst bezorgd, als het slachtoffer daarvoor de toestemming geeft.

De website van de directie Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie verwijst werkzoekenden die vermoeden het slachtoffer te zijn van discriminatie naar de dienst anti-discriminatie van Actiris (Actiris Inclusive). Daar kan een contactformulier worden ingevuld, waarna het loket advies kan geven en de rechten uitlegt. Dit loket onderzoekt ook een eventuele klacht - ook doorverwezen via de website van de Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie, die via hetzelfde contactformulier lijkt te moeten worden gemeld. Als deze gegrond blijkt kan de inspectie een praktijktest uitvoeren. De procedure lijkt dus enigszins verwarrend.

  • Waarom wordt er verschil gemaakt tussen 'melding' en 'klacht' terwijl uiteindelijk naar hetzelfde online formulier wordt verwezen bij Actiris Inclusive?
  • Hoe verloopt de procedure precies eens een melding of een klacht binnenkomt?
  • Hoeveel klachten zijn reeds via deze weg binnengekomen?
  • Welke precieze criteria hanteert de inspectie om te beslissen of een melding of klacht die via deze weg binnenkomt, wordt opgevolgd met een praktijktest?

We begrijpen dat op basis van de huidige wetgeving testen op sectorniveau mogelijk zijn.

  • Bevestigt u dit?
  • U sprak in juli ook over het inzetten van datamining om tot optimalisatie van de doorstroom van dossiers te komen. Op basis van de cijfers van Unia zouden bepaalde sectoren kunnen geïdentificeerd worden om aan de slag te gaan met proactieve sectortesten. Ziet u hierin ook een mogelijkheid om te werken met datamining? Welke andere informatie wenst u te minen?

U gaf in juli aan dat een evaluatie van de ordonnantie rond de praktijktests, aangekondigd in het Regeerakkoord, nog niet voor meteen zal zijn.

  • Kunt u inmiddels al meer duidelijkheid geven over wanneer deze evaluatie zal plaatsvinden?
  • Door wie zal de evaluatie worden uitgevoerd? Enkel door de administratie of zullen ook externe partners hierbij betrokken worden?

 

Het verslag van de discussie en het antwoord van de Minister zijn hier te lezen. 

Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren