18 dec 2019

Vraag aan de Minister: werkloosheidsgraad en genderverschillen

Op 18 december stelde Soetkin een mondelinge vraag aan Minister van Werk en Beroepsopleiding Bernard Clerfayt in de Commissie Economische Zaken, over de werkloosheidsgraad in het Brussels Gewest. Ze merkte een aantal tendensen op met betrekking tot genderverschillen en kortgeschoolden, en vroeg de Minister om een verklaring en eventuele te nemen maatregelen. Lees hier de volledige vraag van Soetkin. 


Op 6 november konden we na een persbericht van Actiris lezen dat de werkloosheidsgraad in het Brussels Gewest tijdens de voorbije 5 jaar onafgebroken is afgenomen en in totaal met 20,7% is gedaald. Dit is op zich natuurlijk erg bemoedigend nieuws. Echter, de algemene werkloosheidsgraad in het Brussels Gewest - hoewel dus met ongeveer een vijfde afgenomen - bedraagt eind oktober 2019 wel nog steeds 15,8%. Nominaal betekent dit dat er eind oktober 2019 zo'n 88 977 niet-werkende werkzoekenden waren in het Brussels Gewest op de totale Brusselse beroepsbevolking. Inmiddels zijn de cijfers van november al bekend, maar deze geven eigenlijk hetzelfde beeld. Ik zou graag de volgende vragen stellen:

  • In de door Actiris gepubliceerde cijfers van de Brusselse werkloosheidsgraad zien we een - weliswaar beperkt -algemeen genderverschil: 15,2% voor de mannelijke beroepsbevolking en 16,5% voor de vrouwelijke beroepsbevolking. Welke verklaring geeft u voor dit genderverschil? Welke specifieke maatregelen onderneemt u om dit genderverschil weg te werken?
  • In de cijfers zien we daarnaast dat het aantal laaggeschoolde niet-werkende werkzoekenden voor 61,9% bestaat uit mensen met een laag studieniveau - de zogenaamde kortgeschoolden. Zij hebben ten hoogste studies secundair onderwijs 2de graad of studies in het buitenland zonder gelijkwaardigheid in België afgerond. Het aandeel van deze groep kortgeschoolden verkleint weliswaar met 5,9% ten opzichte van het voorgaande jaar (nominale afname van 3424 werkzoekenden). Het staat vast dat deze groep kortgeschoolden de meest precaire groep op de arbeidsmarkt is. Tegelijkertijd zien we een toename van het aandeel van de hooggeschoolde niet-werkende werkzoekenden met 11,5% (nominale toename van 1546 werkzoekenden). Hoe verklaart u deze twee evoluties? Op welke manier beïnvloeden ze uw beleid? Welke specifieke maatregelen onderneemt u naar deze doelgroepen toe?
  • Actiris bericht eveneens dat het aantal werkaanbiedingen dat rechtstreeks binnenkwam bij hen in oktober 2019, 3007 eenheden bedroeg, wat 798 eenheden minder is dan in oktober 2018 en toch een groot verschil bedraagt. Gaat dit om een algemene trend? Welke verklaring geeft u hiervoor en welke maatregelen onderneemt u hieromtrent?

 

Antwoord van de Minister:

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent een hoge werkloosheidsgraad, vooral bij laaggeschoolden, al is de tendens op dat vlak al enkele jaren positief. Het is mijn taak ervoor te zorgen dat die tendens aanhoudt en de komende jaren nog verbetert. De werkloosheidsgraad bij vrouwen en bij mannen ligt vrij dicht bij elkaar. Als we naar de tewerkstellingsgraad kijken, zien we echter een groter genderverschil. Er zijn duidelijk minder vrouwen dan mannen aan het werk. In 2018 bedroeg de tewerkstellingsgraad bij vrouwen 52%, terwijl dat bij mannen 61% was.

Er zijn verscheidene redenen voor die lagere tewerkstellingsgraad bij vrouwen. Om te beginnen zijn zij minder vaak dan mannen actief op de arbeidsmarkt. In tegenstelling tot bij mannen, hangt de mate waarin zij aan het werk zijn, sterk samen met het ouderschap. Dat verschil is groter bij laaggeschoolde vrouwen en vooral bij vrouwen van niet-Europese origine. Het tekort aan plaatsen in de kinderopvang in het Brussels Gewest speelt eveneens een rol. Dat is echter een gemeenschapsbevoegdheid.

Ook vrouwen die alleenstaande ouder zijn, zien hun kansen op de arbeidsmarkt dalen. Actiris biedt vrouwen geen specifieke ondersteuning, maar via een partnerschap met Credal, is er begeleiding bij de opstart van een eigen zaak. Het project “Affaires de femmes, femmes d’affaires” heeft een begeleidingsmethode ontwikkeld voor werkloze vrouwen die willen ondernemen. Hoewel kinderopvang niet tot de kerntaken van Actiris behoort, beschikt het al over twee kinderdagverblijven waar werkzoekende vrouwen hun kinderen kunnen onderbrengen. Weldra komt er een derde bij. Actiris doet dus wat het kan, ook al gaat het niet om een gewestelijke bevoegdheid.

We merken inderdaad dat het aantal hooggeschoolde werkzoekenden, in tegenstelling tot het aantal laaggeschoolde werkzoekenden, toeneemt. De stijging valt deels te verklaren door een algemene stijging van het studieniveau bij de beroepsbevolking. Toch treft werkloosheid laaggeschoolden nog steeds het sterkst: met ongeveer twee derden vertegenwoordigen zij het grootste deel van de werkzoekenden.
Voor het volledige jaar 2018 ligt het werkloosheidspercentage bij laaggeschoolde werkzoekenden op 26%, tegenover een werkloosheidspercentage voor hooggeschoolde werkzoekenden van 7%.

De Brusselse arbeidsmarkt wordt gekenmerkt door een tegenstelling tussen het grote aantal laaggeschoolde werkzoekenden en de vraag naar veeleer hooggeschoolde profielen. In het algemeen zijn de gewestelijke werkgelegenheidsmaatregelen gericht op laaggeschoolde werkzoekenden.

Hetzelfde geldt voor de opleidingen die gegeven worden door de operatoren en specifiek bestemd zijn voor laaggeschoolde werkzoekenden. Hoewel er sinds 2018 een lichte daling is van het aantal rechtstreeks ontvangen werkaanbiedingen, wat mogelijk kan wijzen op een vertraging van de economische conjunctuur, is het aantal ontvangen werkaanbiedingen globaal genomen over de laatste tien jaar vooral gestegen.

In 2014 heeft Actiris bijvoorbeeld 26.000 werkaanbiedingen ontvangen ten opzichte van 37.000 in 2018. Actiris stelt dus een globale toename vast van de ontvangen werkaanbiedingen. Actiris zet momenteel verder in op de ontwikkeling van het unieke dossier en het project My Select Actiris voor werkgevers. Dit zou het ontvangen van werkaanbiedingen moeten faciliteren.

Een van mijn wensen is om ook een oplossingsgarantie voor werkgevers binnen Actiris te hebben. De bedoeling hiervan zou zijn om een bepaald aantal diensten aan werkgevers aan te bieden zodat zij zoveel mogelijk werkaanbiedingen overmaken aan de openbare tewerkstellingsdienst. Ik wil nog eens benadrukken dat een werkzoekende op zoek is naar een job, niet louter naar een stage of een opleiding.
Daarom is het essentieel dat Actiris kan reageren op de vraag van de werkgevers en dat deze laatsten ook hun verantwoordelijkheid nemen door een beroep te doen op Actiris voor hun aanwerving